Waarom CO2 meten in de kas?
Buitenlucht bevat rond de 420 ppm CO2. In een gesloten kas met een actief gewas kan dat niveau op een zonnige ochtend binnen een uur dalen tot onder de 300 ppm. Precies op het moment dat het licht optimaal is, wordt CO2 dan de beperkende factor. Andersom geldt: bij dosering tot 800 tot 1.000 ppm zien veel gewassen een aanzienlijke toename van de fotosynthese, met meer drogestofproductie en een gelijkmatiger gewas als resultaat.
Meten levert daarmee op drie fronten winst op. U voorkomt onderdosering op momenten dat het gewas de CO2 het hardst nodig heeft. U voorkomt overdosering en daarmee verspilling van gas, rookgas-CO2 of vloeibare CO2. En u krijgt inzicht in het samenspel tussen raamstand, dosering en gewasopname, waardoor ventilatie en dosering veel beter op elkaar afgestemd kunnen worden.

Hoe werkt een CO2-meting?

De standaard in de glastuinbouw is NDIR: non-dispersive infrared. De sensor leidt een luchtmonster door een meetkamer en meet hoeveel infrarood licht van een specifieke golflengte wordt geabsorbeerd. CO2-moleculen absorberen die golflengte sterk, dus hoe minder licht de detector bereikt, hoe hoger de concentratie. De techniek is selectief, stabiel en vraagt weinig onderhoud.
Voor kastoepassingen zijn twee uitvoeringen gangbaar. Vaste transmitters met een meetbereik tot circa 2.000 of 5.000 ppm en een analoge of digitale uitgang zijn geschikt voor permanente opname in de klimaatcomputer. Daarnaast zijn er meetsystemen met een centrale analyser en een aanzuigsysteem dat meerdere meetpunten achtereenvolgens bemonstert; dat geeft onderling perfect vergelijkbare waarden, omdat alle punten door dezelfde sensor worden gemeten.

Meetstrategie: waar hangt u de sensor?
Een goede sensor op een verkeerde plek levert een verkeerd beeld. Hang de meting in de gewaszone, op de hoogte waar de fotosynthese plaatsvindt, en niet pal boven het gewas of in de nok. Houd afstand van de dosering zelf: een meetpunt vlak bij een slang of uitblaasopening meet de dosering en niet het gewasklimaat. Vermijd daarnaast posities direct naast een luchtraam, bij deuren en in de looppaden, waar mensen en ventilatie de meting verstoren.
Het aantal meetpunten bepaalt hoeveel u werkelijk ziet. Eén meetpunt per afdeling is het minimum voor regeling, maar CO2 is zelden gelijkmatig verdeeld. Verschillen van 100 tot 200 ppm tussen kopeinde en middenpad zijn niet ongewoon. Met meerdere meetpunten per afdeling maakt u die gradiënten zichtbaar en kunt u de verdeling van het slangensysteem of de ventilatorcapaciteit onderbouwd aanpassen.

Onderhoud, kalibratie en valkuilen
Een kas is een lastige omgeving voor meetapparatuur: hoge luchtvochtigheid, condens, gewasbeschermingsmiddelen en stof. Let daarom op de volgende punten:
• Kalibratie: laat de sensor jaarlijks controleren of kalibreren. NDIR-sensoren driften langzaam, en een afwijking van 50 ppm die u niet ziet, kost een heel seizoen rendement.
• Bescherming: gebruik een behuizing met filter of een aanzuigsysteem dat de lucht droogt en filtert, zodat condens en stof de meetkamer niet bereiken.
• Responstijd: een sensor die te traag reageert, laat de klimaatcomputer achter de feiten aan regelen. Let bij aanschaf op de opgegeven responstijd (T90).
• Plausibiliteitscontrole: een nachtelijke waarde die niet oploopt door gewasrespiratie, of een waarde die exact op 400 ppm blijft hangen, wijst op een defect of een vastgelopen meting.

Van meten naar regelen
Meetdata krijgt pas waarde als u er iets mee doet. Koppel de CO2-meting aan de klimaatcomputer en laat de dosering meelopen met licht en raamstand: bij gesloten ramen en veel instraling loont een hoog setpoint, bij ver geopende ramen is doseren vooral verlies. Door de gemeten concentratie naast de doseerhoeveelheid en de raamstand te leggen, ziet u precies waar het omslagpunt van uw kas ligt.
Leg de data ook vast over langere periodes. Trends per week en per seizoen laten zien of het gewas de dosering nog even goed benut en of een aanpassing in de doseerstrategie daadwerkelijk effect had op de productie. Zonder logging blijft dat een aanname.

Advies nodig over uw CO2-meting?
CaTeC in Wateringen levert al jaren meet- en sensortechniek voor de glastuinbouw, van losse CO2-transmitters tot complete meetopstellingen met dataregistratie. Wij denken mee over sensorkeuze, meetbereik, plaatsing en het aantal meetpunten, en verzorgen kalibratie en onderhoud. Neem contact met ons op voor een advies op maat voor uw bedrijf. 

Voor meer informatie : CO2 metingen